|
Biologie van de planten en de mens
Planten: De vegetatie van de aarde bevat gemiddeld 0,15% van zijn gewicht aan silicium. De hoeveelheid silicium hangt veel af van het soort planten. Zo is er een zeer hoog gehalte bij de grasachtige planten (behalve maïs) waarvan de as 30 tot 60% SiO2 kan bevatten en een laag gehalte bij de planten die calcium (peulgewassen) en potassium (aardappelen) bevatten.
Een hectare peulgewassen haalt jaarlijks 10kg siliciumdioxide uit de grond, beukenbomen 63kg en tarwe 105kg. Van alle mineralen die door tarwe uit de grond worden gehaald staat siliciumdioxide voor 50%.
Equisetum arvense L. (akkerpaardestaart) is bijzonder rijk aan siliciumdioxide en de as van deze primitieve soort kan er tot 90% van bevatten (naargelang de seizoenen). Een andere plant die veel siliciumdioxide bevat is de bamboe.
Mens en dier: De totale hoeveelheid silicium in het menselijk lichaam wordt geschat op 7gr, hoofdzakelijk in anorganische vorm; enkel de organische component bevat een biologische functie. Deze vorm vermindert aanzienlijk vanaf de leeftijd van 10 jaar.
De concentratie silicium in het bloed bedraagt 10mg/l bij de mens (1/10de van de hoeveelheid calcium).
Het is bewezen dat bij veel diersoorten het siliciumgehalte in de weefsels hun hele levensloop nagenoeg constant blijft, met name die van het bloed, de pezen en de spieren.
Nochtans hebben talrijke studies uitgevoerd op de mens (CARLISLE 1982) aangetoond dat dit gehalte daalde naargelang de leeftijd, zelfs in aanzienlijke mate in de gewrichten en de huid.
|